De ATEX-richtlijn is bestemd voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen en is gebaseerd op de nieuwe methode (1987) voor EEG-regels. Deze norm bevat slechts enkele fundamentele doelstellingen (die essentiële eisen worden genoemd) en voor de technische details wordt verwezen naar geharmoniseerde Europese normen. Daarom spelen deze Europese normen een grote rol in de ATEX richtlijnen.
De ATEX-richtlijn bevat nadere indeling van de groepen in zogenaamde categorieën:
De ATEX-richtlijn is van toepassing voor producten die een bepaald veiligheidsniveau moeten waarborgen bij toepassing in een potentieel explosieve atmosfeer.
Een explosieve atmosfeer is in de ATEX-richtlijn gedefinieerd als een mengsel van brandbare stof in de vorm van gas, damp, mist of stof met lucht, onder atmosferische omstandigheden waarin, na ontsteking, de ontbranding zich verspreid over het gehele onverbrande mengsel.
Een atmosfeer die explosief kan worden vanwege lokale of operationele condities wordt een potentieel explosieve atmosfeer genoemd. De producten die vallen onder de ATEX-richtlijn zijn voor een dergelijk potentieel explosieve atmosfeer ontworpen.
Zonering
Volgens de ARBO-regelgeving dienen gevarenzones in bedrijven vastgesteld te worden. Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor het vaststellen van deze zones. Het is raadzaam deze zonering vast te laten stellen door een inspectiebureau. Er worden de volgende zones gehanteerd:
Zones die betrekking hebben op brandbaar stof hebben volgens dezelfde definities als hierboven omschreven de indelingen zone 20, zone 21 en zone 22.
Zone 0 (en 20) is een situatie die vrijwel alleen voor kan komen binnen apparaten en opslagtanks. De zonering en de apparatencategorie uit de ATEX-richtlijn zijn als volgt aan elkaar gekoppeld:
Gevarenzone Apparatencategorie
Zone 1 Categorie 2G (gas)
Zone 2 Categorie 3G
Zone 21 Categorie 2D (dust)
Zone 22 Categorie 3D
Apparaten waaronder vorkheftrucks
Vanuit de ARBO-regelgeving bestaat de regelgeving om explosieveilige vorkheftrucks toe te passen in gebieden waarvoor een zonering van toepassing is.
Vorkheftrucks zijn een potentiële ontstekingsbron. Hieronder geven wij mogelijke ontstekingsbronnen weer van diverse vorkheftrucks.
Elektrisch
Diesel
LPG
Vorkheftrucks die rijden op LPG kunnen niet afdoende beveiligd worden en mogen derhalve niet in gevarenzones rijden.

voorbeeld van een explosieveilige vatenheftruck.

voorbeeld van een explosieveilige vorkheftruck.