Het luchtbehandelingsysteem in een gebouw kan bijdragen tot een enorme schade bij brand. Specifiek in sociale gebouwen, kantoorpanden en ziekenhuizen kan een kleine brand leiden tot aanzienlijke rookschade door de rookverspreiding via het luchtbehandelingsysteem. Deze onbeheerste rookverspreiding kan tevens leiden tot gevaar voor de aanwezige personen. In twee specifieke gevallen kan een relatief kleine brand resulteren in een aanzienlijke rook- en roetschade.
Een betere beveiliging om te voorkomen dat rook en roet door het gebouw getransporteerd worden is de aanwezigheid van brandmelders in iedere ruimte van het gebouw. het brandmeldsysteem kan bij een brandalarm het luchtbehandelingsysteem uitschakelen. Rookschade wordt hierdoor zoveel mogelijk beperkt.
De brandweer stelt vaak als eis dat bij brand de luchtrecirculatie uitgeschakeld wordt en de inkomende- en uitgaande luchtcirculatie op vollast geschakeld wordt. Hierbij wordt, als alles correct functioneert, de rook buiten het gebouw geblazen. Echter, bij een ongunstig staande wind wordt uitgaande rook door de inlaatopening aangezogen. Er dient daarom rookdetectie in de inlaatopening geïnstalleerd te worden. Activering van deze rookmelder dient onmiddellijk te resulteren in uitschakeling van het luchtbehandelingsysteem. Een bijkomend voordeel van rookmelders in het inlaatkanaal is het voorkomen van rookverspreiding in het bedrijf door een brand in de directe omgeving (in buitenopslag of in een belendend bedrijf).
Brandkleppen in luchtbehandelingleidingen door brandwerende scheidingen worden veelal door smeltzekeringen geactiveerd. Dit betekent dat deze brandkleppen geactiveerd worden indien de temperatuur in de leidingen hoog oploopt. Rook- en roetverspreiding (van relatief lage temperatuur) wordt daarom niet voorkomen door dergelijke brandkleppen. Beter is om de brandkleppen door een eventueel aanwezig automatisch brandmeldsysteem aan te laten sturen.